De Nederlandsche Bank (DNB) heeft ABN AMRO Bank N.V. op 6 juli 2026 een bestuurlijke boete van €8,5 miljoen opgelegd vanwege ernstige tekortkomingen bij de uitvoering van anti-witwascontroles. Volgens de toezichthouder schoot de bank tussen 20 september 2023 en 9 september 2024 structureel tekort in het monitoren van cliënten met verhoogde integriteitsrisico’s. De bevindingen zijn vastgelegd in een boetebesluit dat is gebaseerd op vijf afzonderlijke cliëntendossiers.
DNB stelt dat ABN AMRO bij meerdere onderzoeken onvoldoende kritisch, diepgaand en doortastend optrad. Volgens de toezichthouder vertrouwde de bank herhaaldelijk op verklaringen van klanten zonder deze voldoende te controleren aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens. Ook werden onderzoeken afgesloten terwijl essentiële informatie ontbrak of zonder dat passende maatregelen werden genomen.
DNB constateert structurele tekortkomingen in vijf cliëntendossiers
Volgens DNB laten de vijf onderzochte dossiers een terugkerend patroon zien waarbij risicosignalen onvoldoende werden onderzocht.
Eén dossier betrof een consultancybedrijf in de defensiesector. Grote commissiebetalingen, onduidelijke zakenpartners, betalingen via risicolanden, mogelijke betrokkenheid bij dual use goederen en ontbrekende informatie over de eindgebruikers van militaire goederen konden volgens DNB wijzen op het omzeilen van sancties tegen Rusland. Toch concludeerde ABN AMRO dat geen sprake was van witwas- of terrorismefinancieringsrisico’s.
Een tweede dossier ging over een man met een uitkering die via een nieuw bedrijf grote geldbedragen ontving en deze vrijwel direct contant opnam. DNB zag hierin mogelijke aanwijzingen voor ondergronds bankieren. Volgens de toezichthouder beëindigde ABN AMRO de bankrelatie pas ruim twee maanden nadat deze transacties waren geconstateerd.
Daarnaast onderzocht DNB een handelaar in tweedehands grafische machines. Nadat sancties tegen Rusland waren ingevoerd, stopten de transacties met Rusland, terwijl de handel via zogenoemde U-bochtlanden en andere hoog of verhoogd risicolanden juist toenam. Volgens DNB had deze verschuiving aanleiding moeten zijn voor uitgebreider onderzoek.
Een vierde dossier draaide om een vermogende klant uit een familie die veel publieke aandacht kreeg na de verkoop van een internationaal handelsbedrijf. Ondoorzichtige geldstromen via Gibraltar en andere hoogrisicolanden hadden volgens DNB tot extra onderzoek moeten leiden, maar de bank accepteerde een latere verklaring van de klant te snel.
Het vijfde dossier betrof een gokker met een regulier inkomen. Hij verrichtte grote contante stortingen en opnames en had omvangrijke creditcardtransacties die volgens DNB niet in verhouding stonden tot zijn inkomen. De klant verklaarde dat het geld afkomstig was van leningen van familieleden en zijn werkgever. ABN AMRO accepteerde deze uitleg grotendeels, ondanks dat daarvoor nauwelijks bewijs werd aangeleverd. Volgens DNB had de bank de financiële situatie van de klant uitgebreider moeten onderzoeken.
Banken hebben een wettelijke poortwachtersfunctie
DNB benadrukt dat banken op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) een wettelijke poortwachtersfunctie hebben. Zij moeten cliënten identificeren, de herkomst van gelden onderzoeken, transacties blijven monitoren en ongebruikelijke transacties melden aan de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-NL). Bij cliënten met een verhoogd risico verwacht de toezichthouder een risicogebaseerde aanpak waarbij intensiever onderzoek wordt verricht.
Volgens DNB tonen de onderzochte dossiers aan dat ABN AMRO relevante risico-indicatoren niet altijd in samenhang beoordeelde en onderzoeken regelmatig afsloot zonder voldoende vervolgonderzoek. De toezichthouder schrijft: “Juist bij dergelijke signalen mag op grond van een risicogebaseerde aanpak een verdiepend en kritisch onderzoek worden verwacht.”
ABN AMRO erkent overtredingen en accepteert lagere boete
DNB en ABN AMRO hebben de boeteprocedure via een vereenvoudigde afdoening afgerond. De oorspronkelijke boete van €10 miljoen werd daardoor met 15% verlaagd naar €8,5 miljoen. ABN AMRO erkent de feiten die aan de overtreding ten grondslag liggen, accepteert de bestuurlijke boete en ziet af van bezwaar.
Volgens de bank zijn inmiddels concrete herstelmaatregelen genomen om de geconstateerde tekortkomingen aan te pakken. ABN AMRO stelt daarnaast de afgelopen jaren vooruitgang te hebben geboekt bij het verbeteren van de anti-witwascontroles, onder meer door enkele duizenden extra medewerkers in te zetten. De bank zegt het belang van haar wettelijke poortwachtersfunctie en het vertrouwen van de samenleving te onderkennen.
Eerdere witwaszaken vergroten druk op de bankensector
De nieuwe boete volgt op eerdere handhavingsmaatregelen tegen ABN AMRO. In 2021 trof de bank een schikking van €480 miljoen met het Openbaar Ministerie (OM) nadat justitie had vastgesteld dat de bank tussen 2014 en 2020 onvoldoende maatregelen had genomen om witwassen te voorkomen.
Hoogleraar forensische accountancy Marcel Pheijffer noemt de nieuwe bevindingen teleurstellend. Volgens hem blijkt uit het onderzoek van DNB dat de bank “te goedgelovig” is geweest. Hij licht dat toe met de woorden: “Als je een dief vraagt of hij heeft gestolen, weet je welk antwoord je krijgt. Wanneer je een klant vraagt of hij sanctieregels schendt, is de kans klein dat hij dat zelf zal erkennen.” Volgens Pheijffer is het zorgwekkend dat ABN AMRO opnieuw een boete krijgt, terwijl de bank in het verleden al eerder is bestraft voor vergelijkbare tekortkomingen.
De handhaving van de Wwft blijft de afgelopen jaren een belangrijk aandachtspunt binnen de Nederlandse bankensector. Vorig jaar kreeg de Volksbank, inmiddels ASN Bank, twee miljoenenboetes vanwege tekortschietende witwascontroles. Daarnaast maakte het OM begin vorig jaar bekend Rabobank te dagvaarden wegens tekortkomingen bij de bestrijding van witwassen.