De rechtbank in Den Haag heeft geoordeeld dat een man onrechtmatig heeft gehandeld door € 75.750 die hij tussen januari 2021 en mei 2022 ontving voor crypto investeringen te gebruiken voor eigen doeleinden, waaronder online gokken. Volgens het vonnis is hij aansprakelijk voor de schade van de eiser, waarvan de omvang in een aparte procedure wordt vastgesteld.
De zaak draait om twee vrienden die afspraken maakten over een gezamenlijke cryptoportefeuille, waarbij de gedaagde de wallet beheerde.
Afspraken over crypto investering geschonden volgens rechter
Volgens de rechtbank was het geld expliciet bedoeld voor de aankoop en het beheer van crypto. De gedaagde week hiervan af door het bedrag niet te investeren en het te besteden aan privézaken. Daarmee handelde hij in strijd met de gemaakte afspraken.
Dat de samenwerking plaatsvond tussen vrienden en mogelijk als “vriendendienst” werd gezien, verandert volgens de rechtbank niets aan die verplichting. Ook in een informele relatie is het niet toegestaan om geld voor een specifiek doel te gebruiken voor eigen doeleinden zonder dit te melden.
WhatsApp berichten tonen langdurige misleiding
Uit overgelegde WhatsApp gesprekken blijkt dat de gedaagde de eiser gedurende langere tijd informeerde alsof er daadwerkelijk werd gehandeld in crypto. In mei 2022 meldde hij dat de portefeuille “3,48 btc” bevatte. Daarnaast bevestigde hij koop- en verkooporders die in werkelijkheid nooit zijn uitgevoerd.
Volgens de rechtbank heeft de gedaagde daarmee bewust de indruk gewekt dat het geld conform afspraak werd beheerd, terwijl dat niet het geval was.
Fraude komt aan het licht bij verkoopverzoek in december 2024
De situatie escaleerde eind 2024. De eiser gaf opdracht om 1,1 bitcoin te verkopen om een woning te financieren. Op 23 december 2024 kon deze verkoop echter niet worden uitgevoerd.
Bij een bitcoin koers van circa € 91.000 zou de transactie ongeveer € 100.100 hebben opgeleverd. Toen de verkoop niet doorging, gaf de gedaagde aan dat het geld en de vermeende crypto niet meer beschikbaar waren.
Terugbetaling van € 75.750 voorkomt aansprakelijkheid niet
De gedaagde heeft later de volledige inleg van € 75.750, inclusief rente, terugbetaald. De eiser stelde echter dat hij daarnaast schade had geleden door misgelopen winst en vorderde € 238.675,50.
De gedaagde betwistte dit bedrag en stelde dat het gaat om een hypothetische winst, mede gezien het risicovolle karakter van crypto investeringen.
Rechtbank oordeelt dat schade aannemelijk is, hoogte volgt later
De rechtbank acht het aannemelijk dat de eiser schade heeft geleden. De misgelopen verkoop van 1,1 bitcoin op 23 december 2024 wordt daarbij als concreet voorbeeld genoemd.
De exacte omvang van de schade is volgens de rechtbank echter nog onvoldoende onderbouwd. Daarom wordt de zaak verwezen naar een schadestaatprocedure waarin het schadebedrag nader wordt vastgesteld.
Daarnaast is de gedaagde veroordeeld tot betaling van € 4.363,45 aan proceskosten.
Mogelijk lagere schadevergoeding door gebrek aan controle
De rechtbank geeft aan dat de uiteindelijke schadevergoeding mogelijk lager kan uitvallen. Daarbij kan meewegen dat de eiser gedurende meerdere jaren geen controle heeft uitgevoerd op de vermeende investeringen.